1,5% voor brede weerbaarheid is een noodzakelijke inhaalslag

09-07-2025
339 keer bekeken

Maatschappelijke weerbaarheid krijgt de laatste tijd veel aandacht. Met de toegenomen dreigingen door klimaatverandering, cyberdreigingen, geo-politieke conflicten en pandemieën staan we gezamenlijk op een kantelpunt.

Rampen en crises zijn complexer van aard en kunnen langdurig effect op ons leven hebben. De hulpdiensten zijn dan al snel overvraagd. Burgers, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en kennisinstituten worden gevraagd een grotere rol te spelen in brede maatschappelijke weerbaarheid. We gaan mogelijk 1,5% van ons BBP, als onderdeel van onze totale inspanning van 5% op defensie, besteden aan brede maatschappelijke weerbaarheid.

Het is opmerkelijk dat dit onderwerp in Nederland pas zo laat op de politieke agenda is komen te staan. Na opheffing van de Bescherming Bevolking (BB) in 1986 is onze collectieve civiele bescherming naar de achtergrond verdwenen. De taken werden overgeheveld naar de brandweer, het Rode Kruis en defensie. Rampenbestrijding en crisisbeheersing werden toen het domein van overheidshulpdiensten zoals de brandweer, ambulancezorg, politie met bijstand vanuit defensie en het Rode Kruis. De beperkte middelen zijn samen met het vredesdividend na verloop van tijd wegbezuinigd. Volgens de WRR is een behoorlijke inhaalslag noodzakelijk[1].

Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) adviseert[2] om de maatschappelijke weerbaarheid op de volgende maatschappelijke behoeften te versterken:

De acute gezondheidszorg, zo bleek tijdens covid19, heeft bij grote rampen en crises extra capaciteit nodig om adequaat op te kunnen schalen. De pandemische paraatheid en het vermogen om grote gewondenstromen te kunnen verwerken moeten vergroot worden.

De rampenbestrijding en crisisbeheersing zijn in essentie ingericht voor kortdurende rampen en crises van maximaal regionale omvang. Op de veiligheidsregio’s met hun taken op crisisbeheersing en brandweerzorg is onlangs extra bezuinigd. Voor de brandweer is het nu al lastig om grotere incidenten of rampen te bestrijden. Dat werd onlangs bij grote natuurbranden rond Ede en Drunen en bij de overstroming in Limburg duidelijk. In vredestijd kan in geval van rampen en crises nog gebruik gemaakt worden van de bijstand van defensie, maar als bij een gewapend conflict defensie prioriteit geeft aan haar andere hoofdtaken, zoals verdediging van Nederlands grondgebied of optreden in NAVO verband, valt deze steun grotendeels weg. Daarnaast zullen in dat geval veiligheidsregio’s, politie en gezondheidszorg gevraagd worden langdurig steun te verlenen aan de krijgsmacht. Dit slaat een gat in de nu al beperkte capaciteit van hulpdiensten.

Bevolkingszorg, nafase en herstel zijn als reguliere gemeentelijke taken versnipperd georganiseerd en wisselen sterk van kwaliteit en in omvang. De gemeenten hebben last van taakverzwaring en  bezuinigingen die ook hun effect hebben op de uitvoering van deze taken.

De continuïteit van essentiële maatschappelijke voorzieningen staat nu al onder druk. Het elektriciteitsnet is overbelast en kwetsbaar, loopt tegen zijn leveringsgrenzen en dreigt daardoor instabiel te raken. Onze ICT is nog steeds kwetsbaar voor cyberaanvallen en uitval van elektriciteit. Het openbaar bestuur heeft last van polarisatie en ondermijning. Onze voedselvoorziening is kwetsbaar bij verstoring van logistiek en transport en het ontbreekt aan noodvoorraden.

Daar komt nog bij dat alle maatschappelijke sectoren last hebben van personeelstekort. De beschikbaarheid van voldoende menskracht is zorgelijk. Dat geldt in het bijzonder voor schaarse beroepen in sectoren zoals ICT, cyberveiligheid, energietechniek, gezondheidszorg en transport. We hebben bij rampen en crises reservisten en vrijwilligers nodig die op verschillende terreinen bij kunnen springen. Als we van de samenleving vragen hieraan een grotere bijdrage te gaan leveren zullen deze hiervoor ook opgeleid, getraind en geoefend moeten worden.

, maar helaas wordt de discussie gevoerd langs de bekende lijnen van prioriteren en wat er dan niet meer kan. Als we echter van enige afstand kijken dan kunnen we vaststellen dat er nu al geïnvesteerd wordt in maatschappelijke behoeften zoals de versterking van de energievoorziening, het verminderen van de kwetsbaarheid van ICT tegen cyberdreiging, het tegengaan van bestuurlijke ondermijning en het inrichten van noodsteunpunten. Dit staande beleid draagt al bij aan het versterken van brede maatschappelijke weerbaarheid en kan dus onder deze 1,5% gerekend worden. Dit is echter nog lang niet voldoende om de jarenlang opgebouwde achterstand in maatschappelijke weerbaarheid in te lopen.

Het mes van de extra investeringen snijdt wel aan twee kanten. Enerzijds kan nu nog intensiever gewerkt gaan worden aan de toch al noodzakelijke verbeteringen van gezondheidszorg, infrastructuur, energievoorziening, communicatienetwerken, openbaar bestuur, sociale cohesie, samenredzaamheid en all hazard rampenbestrijding en crisisbeheersing. Anderzijds dragen deze investeringen bij aan onze brede maatschappelijke weerbaarheid in tijden van rampen, crises en oplopende spanningen.

Met voorrang moet er extra geld naar gemeenten en veiligheidsregio’s voor het op het gewenste niveau brengen van taken op het gebied van rampenbestrijding, crisisbeheersing, brandweerzorg, bevolkingszorg en herstel. Ten tweede zal de opgeschaalde medische en psychosociale zorg extra capaciteit moeten krijgen om grote aantallen slachtoffers aan te kunnen. Ten derde zal geïnvesteerd moeten worden in het aantrekken, trainen en oefenen van vrijwilligers en reservisten.

Zo bezien draagt 1,5% van het BBP investeren in brede weerbaarheid bij aan het beter functioneren van de maatschappij. Dat is nu meer dan ooit hard nodig.

 

Juni 2025

Jaap Donker, portefeuillehouder weerbaarheid Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio

IJle Stelstra, algemeen directeur NIPV

Paul Gelton, programmadirecteur versterken maatschappelijke weerbaarheid NIPV

Afbeeldingen

Bekijk ook

Cookie-instellingen