Contreras deed daar een master Techno-Anthropology die alleen in Denemarken gevolgd kan worden. Daarvoor werkt hij jarenlang in Colombia als manager, consultant, docent en beleidsmaker voor de Colombiaanse overheid. “Ik ben een ingenieur die ervoor wil zorgen dat nieuwe technologie de juiste dingen doet voor mens, organisatie en samenleving.”t Contreras werkt nu voor The Danish Institute of Fire and Security Technology. Dat is één van de zeven Approved Technological Service Institutes in Denemarken die als doel hebben om technologische innovatie bij Deense bedrijven te bouwen en daarover te communiceren. In die hoedanigheid is hij initiator van Resilience Center Denmark, dat wordt gefinancierd door het Deense ministerie van Research and Higher Education.
“Sinds een aantal jaar is er veel beweging rond de kritische infrastructuur bij bedrijven. Hoe kwetsbaar zijn die infrastructuren? Hoe is het gesteld met de weerbaarheid? Er komen nieuwe Europese regels aan waar bedrijven aan moeten en willen voldoen. De grote bedrijven hebben hiervoor toegang tot netwerken, kennis en fondsen, maar hoe is het gesteld met de middelgrote en kleinere organisaties? Hoe kunnen we sociale wetenschappen, nieuwe technologieën en kritische infrastructuren verbinden? En hoe kunnen we zorgen dat dit niet vijf of tien jaar duurt? Want die tijd hebben we niet.”
Resilience Center Denmark
“Daarom hebben we met de zeven kennisinstuten het Resilience Center Denmark opgericht. De zeven kennisinstituten zijn als het ware zeven schilden die Denemarken kunnen beschermen tegen disruptie. Elk met een eigen specialisme rond kennis, innovatie en technologie. Het resilience center is een private not-for-profit organisatie die in ieder geval de komende vier jaar wordt ondersteund door de Deense overheid.”
“We onderscheiden daarbij operationele en organisatorische weerbaarheid. Operationele weerbaarheid gaat over robuustheid van alle systemen. Daar hebben de meeste organisaties wel oog voor. Maar organisatorische weerbaarheid gaat over samenwerking tussen bedrijven die normaal gesproken elkaars concurrenten zijn. En juist daarbij kan het Resilience Center ondersteuning bieden.”
“Hoe we begonnen? Eerst wilden we de interne capaciteiten van alle centra in kaart brengen. Wie moet je hebben voor wat? Maar dat bleek nodeloos ingewikkeld. Daarom besloten we al snel om het om te keren. We hebben vier sectoren geprioriteerd: energie, water, telecommunicatie en farmacie. Wat hebben deze vier sectoren nodig om weerbaar te zijn? Om te begrijpen wat er nodig is om weerbaar te zijn, verdiepen ons in deze sectoren door gesprekken en deskresearch. En dat verbinden we met concrete capaciteiten in de instituten. We willen verbinden. Zorgen dat er binnen een organisatie een oplossing voor een concreet knelpunt wordt gecreëerd en dat willen we deelbaar maken.”
De Resilience game
“Ik heb om te laten zien wat organisatorische weerbaarheid betekent een resilience game ontwikkeld. Met dit spel toon ik aan dat investeren in technologie belangrijk is, maar dat het succes afhangt van goede afspraken tussen mensen. Het is een spel dat ik al met 160 mensen tegelijk heb gespeeld: 20 groepen van acht mensen die er samen achter komen hoe belangrijk cultuur, beleid, afspraken binnen en tussen organisaties zijn tijdens een crisis. In de game introduceer ik een bedrijf dat onderdeel is van een waardeketen binnen een kritische infrastructuur. En als er dan iets misgaat moeten de spelers beslissingen nemen met een beperking van mensen, tijd en middelen. En daar komt nog meer druk op als er naast de crisis nog een nieuwe crisis ontstaat.”
Een succesvol ecosysteem van weerbaarheid
“Wij willen er als Resilience Center Denemarken voor zorgen dat onze regering bij een crisis niet hoeft te improviseren. We willen oplossingen bieden door in kaart te hebben wie je moet hebben voor wat, zodat we als het ware als een router kunnen fungeren. Zo maken we verbindingen tussen bedrijven, universiteiten en overheid. Zo creëren we een ecosysteem van weerbaarheid. Het is daarbij zeer belangrijk dat wij neutraal zijn en blijven. Wij hebben veel contacten met bedrijven maar onze onafhankelijkheid is doorslaggevend om dit ecosysteem succesvol te laten zijn.”
“Zelf ben ik acht jaar geleden uit Colombia gekomen. Een land waar ik persoonlijk met veel criminaliteit en corruptie te maken heb gehad. Een land dus met grote uitdagingen, maar ook met positieve dingen. Met name de passie en de toewijding van de bevolking. In Denemarken kan ik veel betekenen, maar uiteindelijk spreek ik geen Deens, en ligt mijn rol in het creëren van duurzame verbindingen met organisaties in andere landen. Want weerbaarheid houdt niet op bij de landsgrenzen. Het is mijn persoonlijke droom en missie om op het gebied van weerbaarheid internationale verbindingen en samenwerkingen te creëren. Zodat we kennis kunnen delen, kunnen samenwerken en elkaar kunnen helpen.”