De klas als frontlijn in de nieuwe crises

02-07-2026
1096 keer bekeken

Het is een hete zomer, en de crises in de wereldpolitiek koelen nog niet echt af. En als het in de wereld brandt, smeult het al snel ook in het klaslokaal. De zomervakantie staat voor de deur, maar hebben we wel door hoe crises op scholen en onder scholieren kunnen opflakkeren?

Dat sommige crises juist op scholen en onder jongeren smeulen? Dat de frontlijn van onze weerbaarheid langs het schoolbord loopt?

‘Minderjarige aangehouden voor plannen terreurdaad uit 'nihilistisch extremisme'’, kopten de media eind juni. Een dag later bleek dat het DTN van juni 2026 voor het eerst ‘nihilistisch extremisme’ opgenomen had als categorie van geweldsdreiging. Dat is een vorm van extremisme die voortkomt uit een ‘gewelddadige online subcultuur’, die geen hele duidelijke omlijnde ideologie kent, maar waarbij aanhangers wel degelijk hele specifieke mensvijandige en destructieve wereldbeelden delen en verspreiden. En dus erop uit zijn kinderen te verminken, tegen elkaar op te zetten, of zelfs aanslagen te plegen. Je zou kunnen zeggen dat dit een uitwas is van een crisis in de online wereld, waar het blijkbaar steeds moeilijker wordt (in plaats van makkelijker, ondanks alle tools die we hebben) om dit soort gewelddadige content te verbieden en te verwijderen. Vanuit de politie en de scholen heb ik al diverse signalen gehoord, dat dit echt een acuut probleem is, juist omdat het zo slecht georganiseerd, bottom up, diffuus en niet verbonden lijkt te zijn aan gekende extremistische of terroristische organisaties.

Dus, terwijl wij de grote mensenwereld veelal bezig zijn met de grote geopolitiek, met fysieke infra, water, droogte etc, smeult er een crisis die we misschien veel te weinig waarnemen, een crisis van aanzwellend geweld via de socials. Dat is de negatieve boodschap van deze column: om weerbaar te zijn, moet je echt weten waartegen je moet weren. En aan die kennis schort het vooralsnog.

Desalniettemin is er ook goed nieuws. We weten vanuit ons onderzoek (in Utrecht bijvoorbeeld) al best goed hoe we zo’n extremismecrisis moeten aanpakken onder jongeren. Dat antwoord is eigenlijk heel simpel: de kracht van de weerbaarheid schuilt in de kinderen, hun families en de docenten zelf wanneer zij in staat worden gesteld als groep, in een gemeenschap die kracht te ontvouwen.

Want, na ‘9/11’ bleek al, dat kinderen enerzijds veel robuuster zijn dan ouderen. Ze zijn veerkrachtig, op een bepaalde manier ‘egoïstisch’, en kunnen snel door met hun leven als dat niet te zeer op z’n kop wordt gezet. Een van de bronnen van veerkracht voor kinderen zijn de verhalen die hun ouders, grootouders, buren en vrienden vertellen over eerdere crises. In gezinnen waar ouders  hun kinderen wisten te vertellen over hoe de familie de Tweede Wereldoorlog had doorstaan, of de ‘Dust bowl’ (een periode van historisch grote droogte in de VS) had overleefd, waren de kinderen beter geëquipeerd om met het trauma van de terroristische aanslagen om te gaan.

Na de uitroeping van het Kalifaat in 2014 bleek dat circa 80 procent van de brugklassers onthoofdingsfilmpjes van IS voorbij had zien komen op hun Iphone. Hier kwam het geweld dus nog weer sneller en heftiger binnen dan in 2001, door de opkomst van nieuwe technologieën. Aanvankelijk probeerden docenten de crisis van terrorisme buiten de klasruimte te houden, maar dat was dus dweilen met de kraan open.

In 2014 richtten wij ons TerInfo-platform op, binnen onze Adapt Academy, dat juist wel het gesprek hierover aanging. Hoe deden we dat? Door in te zetten op de kracht van verhalen: verhalen uit de familie, verhalen uit de geschiedenis, verhalen die laten zien dat we eerder crises hebben meegemaakt, en dat we eruit kunnen komen. Het moeten dus wel pedagogisch verantwoorde verhalen zijn die constructief en gericht zijn op ‘building back better’ voor de kinderen. En het moeten ook concrete, tastbare verhalen zijn over hun eigen microgeschiedenis, uit hun eigen familie, wijk, stad of land. En wat bleek? Het werkte, kinderen  wisten elkaar op te beuren met spannende, hoopvolle verhalen. Docenten konden die verhalen aggregeren en verder geven. Geschiedenisdocenten wisten uit te leggen hoe de Nederlandse samenleving uit eerdere crises van terrorisme en conflict waren gekomen.

Kortom, sommige crises zien we niet meteen. We moeten soms wat beter inzoomen op sites die zich aan ons eerste zicht onttrekken, zoals het klaslokaal. Maar het voordeel is dat er daar, op de plaats waar de crisis smeult, ook al een reservoir aanwezig is om die brandjes te blussen. We truc is wel dat we dat reservoir expliciet in kaart brengen, aanboren, en laten stromen. En dat we dat doen in de veilige ruimte van de klas als gemeenschap. Met behulp van goede docenten. Zoals Micha de Winter, één van de inspiratoren van TerInfo ons leerde, als het gaat om kinderen te helpen weerbaar te worden, gaat het niet om een pedagogiek van individuele noodpakketten en rugzakjes. Maar om een sociale pedagogiek van de hoop. En waar kunnen we dat beter doen dan in de klas, door kinderen en leraren elkaar te laten vertellen over hoe we eerdere crises het hoofd hebben geboden.

    Afbeeldingen

    Bekijk ook

    Cookie-instellingen