Nieuw is onder meer de aandacht voor de samenhang tussen fysieke en digitale weerbaarheid, voor de continuïteit van kritieke processen en voor de ondersteuning van kwetsbare inwoners.
1. Continuïteit van de eigen organisatie
Gemeenten moeten hun belangrijkste processen zoveel mogelijk kunnen voortzetten als voorzieningen, ICT of personeel uitvalt. De gemeente moet bijvoorbeeld uitkeringen kunnen blijven betalen en de openbare orde blijven handhaven.
2. Crisisorganisatie
Een goede crisisorganisatie zorgt ervoor dat gemeenten tijdens een verstoring snel kunnen handelen. Daarbij zijn onder meer een netwerk van gemeentelijke noodsteunpunten en samenwerking met de veiligheidsregio belangrijk.
3. Vitale voorzieningen
Gemeenten en inwoners zijn afhankelijk van vitale voorzieningen, zoals energie, telecom, drinkwater, voedselvoorziening en afvalverwerking. Het is belangrijk om afhankelijkheden, verantwoordelijkheden en terugvalopties vooraf in beeld te brengen.
4. Sociaal weefsel
In een sterke lokale samenleving helpen inwoners elkaar tijdens langdurige verstoringen. Gemeenten kunnen dit sociaal weefsel versterken door actief samen te werken met inwoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers, verenigingen en zorg- en welzijnspartners.
5. Zelf- en samenredzaamheid van inwoners en organisaties
Inwoners en organisaties kunnen zich voorbereiden op noodsituaties en elkaar helpen. De eerste 72 uur zijn daarbij belangrijk. Gemeenten kunnen lokale initiatieven en bestaande netwerken ondersteunen en met elkaar verbinden.
6. De samenleving als overkoepelend systeem
Gemeenten zorgen ervoor dat democratische processen ook bij langdurige verstoring kunnen worden voortgezet. Dit omvat onder meer de openbare besluitvorming, de controlerende rol van de gemeenteraad, de bescherming en uitoefening van grondrechten, en een toegankelijke en betrouwbare informatievoorziening. Gemeenten hebben daarnaast de publieke gezondheidszorg op orde en borgen de uitvoering van essentiële Wmo- en jeugdhulptaken ten tijde van crisis.