Nederland oefent met noodsteunpunten: ‘We bouwen aan weerbaarheid die werkt als het gewone wegvalt’

28-09-2026
272 keer bekeken

Wat doe je als de stroom dagenlang uitvalt, mobiele netwerken niet meer werken en digitale communicatiemiddelen wegvallen? Waar ga je naartoe voor betrouwbare informatie? Hoe meld je een noodsituatie? En hoe houd je contact met je omgeving?

Dat zijn de vragen waarop het landelijk project pilots noodsteunpunten antwoord zoekt. In 2026 oefenen gemeenten, veiligheidsregio’s, maatschappelijke organisaties en inwoners in alle 25 veiligheidsregio’s met noodsteunpunten: fysieke plekken waar inwoners tijdens een grootschalige crisis terechtkunnen voor betrouwbare informatie, het ontvangen en doorgeven van noodmeldingen wanneer reguliere communicatie uitvalt, het verbinden van vraag en aanbod in de wijk en het signaleren van knelpunten richting de crisisorganisatie.

Marie-Louise van Schaijk, directeur van Veiligheidsregio Brabant-Noord en (mede-)opdrachtgever van het project, ziet de noodsteunpunten als een belangrijke stap in het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid. ‘We kunnen niet iedere crisis voorkomen. Wat we wel kunnen doen, is ervoor zorgen dat inwoners, organisaties en overheden beter voorbereid zijn. Noodsteunpunten zijn een praktische manier om die maatschappelijke weerbaarheid te versterken. Ze bieden houvast op momenten waarop mensen onzeker zijn en informatie hard nodig hebben.’

 

Samenredzaamheid als fundament

Uit de eerste maanden van het project blijkt dat noodsteunpunten meer zijn dan een crisisvoorziening. Ze vormen ook een manier om de verbinding tussen overheid en samenleving te versterken. De belangrijkste les is dan ook: de samenleving vormt het grootste weerbaarheidspotentieel. Gemeenschappen, buurten, verenigingen, kerken, bibliotheken en buurtcentra beschikken vaak al over sterke sociale netwerken die tijdens een crisis van grote waarde kunnen zijn.

 

Van theorie naar praktijk

De pilots richten zich vooral op het scenario van een grootschalige en langdurige stroomuitval. In zo'n situatie kunnen betalingen stilvallen, mobiele netwerken uitvallen, openbaar vervoer ontregeld raken en digitale voorzieningen niet meer functioneren.

Om voorbereid te zijn, onderzoeken de betrokken partijen onder meer welke functies een noodsteunpunt minimaal moet bieden, hoe snel een steunpunt operationeel kan zijn, welke voorzieningen en noodcommunicatiemiddelen nodig zijn, hoe vrijwilligers, inwoners en professionals kunnen samenwerken en welke landelijke afspraken wenselijk zijn naast lokale invulling.

 

Weerbaarheid is een gezamenlijke opgave

Volgens Marie-Louise van Schaik laat het project zien dat weerbaarheid niet uitsluitend een taak van hulpdiensten is. ‘De lessen uit de pilots bevestigen dat weerbaarheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Juist de samenwerking tussen inwoners, maatschappelijke organisaties, gemeenten en veiligheidsregio’s maakt het verschil. Samen bouwen we aan een netwerk dat kan functioneren wanneer de gebruikelijke systemen onder druk staan.’

 

Verder bouwen aan de toekomst

De komende periode worden nieuwe praktijkoefeningen uitgevoerd bij een groot aantal gemeenten. Daarnaast wordt verder gewerkt aan de ontwikkeling van noodsteunpunten en regionale coördinatiepunten via denktank- en reflectiesessies, gesprekken en andere ontmoetingen voor het uitwisselen van expertise. Deze lessen worden meegenomen in het advies aan de opdrachtgevers - het ministerie van Justitie en Veiligheid, de veiligheidsregio’s en de VNG - over de toekomst van noodsteunpunten in Nederland.

‘We hopen natuurlijk dat noodsteunpunten nooit grootschalig nodig zijn. Maar door deze aanpak van samen te oefenen leren we elkaar gaandeweg kennen, vergroten we het handelingsperspectief van inwoners en versterken we de weerbaarheid van Nederland. Die winst hebben we nu al. Zo maken we het voor alle andere gemeenten makkelijker om hetzelfde te doen.’

 

    Afbeeldingen

    Bekijk ook

    Cookie-instellingen