Zo publiceerde de Europese Commissie in 2025 een rapport, getiteld European Water Resilience Strategy. Dat werd in het Nederlands vertaald als Europese strategie voor waterweerbaarheid. Vrijwel iedere instelling op het terrein van waterbeheer houdt zich tegenwoordig ook bezig met ‘waterweerbaarheid’. De Unie van Waterschappen werkt bijvoorbeeld aan een ‘weerbare watersector’.
Wie in de krantendatabank LexisNexis kijkt, ziet dat het gebruik van de term ‘weerbaarheid’ vanaf 2025 explosief is gegroeid. Waar publicisten eerder over ‘veerkracht’ spraken, gebruiken ze nu liever het woord ‘weerbaarheid’. Dat zien we ook bij instituten op het terrein van veiligheid en risicomanagement. Weerbaarheid is trending topic geworden. Als gevolg daarvan is ook het fraai allitererende ‘waterweerbaarheid' aan een opmars begonnen.
Zo’n taalverandering is betekenisvol. Taal is immers nooit neutraal, maar stuurt ons denken en handelen. Dat inzicht hebben we mede te danken aan twee taalkundigen, George Lakoff en Mark Johnson. Zij publiceerden in 1980 het boek Metaphors we live by. Lakoff en Johnson betogen dat metaforen onze gedachten over en onze ervaring van de wereld vormen. Daarmee beïnvloeden ze ook onze handelingen in die wereld. Als mensen met problemen worden geconfronteerd, blijkt de taal waarin ze die vatten hun oplossingen te sturen.
Binnen het consortium Adapt! doen we met een team van wetenschappers onderzoek naar de omgang met crises gedurende de afgelopen twee eeuwen. Wat zijn succesvolle strategieën en wat niet? We hebben oog voor verschillende perspectieven, zoals historische, culturele, wijsgerige, bestuurskundige en psychologische invalshoeken. We kijken ook naar narratieven (samenhangende verhalen, frames) en begrippen die burgers, overheden en kennisinstellingen hanteren in crisistijd. Hoe geven burgers zin aan ontwrichtende gebeurtenissen? Met welke verhalen en slogans proberen overheden de handelingen van burgers te beïnvloeden ten tijde van een crisis?
Laten we vanuit dat perspectief nog eens naar de term weerbaarheid kijken. Deze term roept vooral connotaties op die in de sfeer van militaire, economische en digitale veiligheid liggen. Uit een analyse van het gebruik van deze term in de landelijke verkiezingsprogramma’s blijkt bijvoorbeeld dat weerbaarheid vooral in het kader van geopolitieke, digitale en economische dreigingen wordt gebruikt. Aspecten van sociale en mentale weerbaarheid krijgen daardoor minder aandacht.
Iets soortgelijks geldt voor het gebruik van de term ‘waterweerbaarheid’. Ook deze term associëren we vooral met de dreiging van cyberaanvallen. Zorgen daarover zijn legitiem. Hackers kunnen het rioleringssysteem of waterkeringen laten vastlopen. Het positieve nieuws is dat dit nieuwe woord kwetsbaarheden in ons watersysteem blootlegt die eerder onderbelicht bleven.
Toch moeten we ook alert blijven. Echte waterweerbaarheid betekent zoveel meer dan de aanvallen van kwaadwillende landen en groepen afslaan. Nederland moet zich voorbereiden op een toekomst waarin behalve wateroverlast ook droogte en mogelijke drinkwaterterkorten een grotere rol kunnen gaan spelen. Dat kan alleen wanneer de hele samenleving daarin wordt meegenomen en iedereen zich medeverantwoordelijk voelt voor de gevolgen daarvan. Het is daarmee ook een sociaal en cultureel probleem.
Dat vraagt om een ander crisisnarratief, een nieuw waterverhaal. Samen met postdoconderzoeker Adriaan Duiveman verricht ik daarom binnen het kader van Adapt! ook onderzoek naar oude en nieuwe waterverhalen over wateroverlast en droogte, kwetsbaarheid en veerkracht, in het verleden en het heden. Waterweerbaarheid vraagt om nieuwe narratieven.
Lotte Jensen