De klap komt. De echte vraag is: hoe komen we weer overeind?

02-09-2026
105 keer bekeken

De afgelopen jaren is Nederland steeds nadrukkelijker bezig met weerbaarheid. We informeren inwoners over noodpakketten, bereiden organisaties voor op uitval van vitale voorzieningen en werken aan crisisstructuren. Belangrijk, vindt Dick Scherjon, senior associate fellow bij Instituut Clingendael.

Maar er ontbreekt volgens hem iets wezenlijks.

Want wat gebeurt er ‘nadat de klap komt?’

Dick Scherjon, senior associate fellow bij Instituut Clingendael

Alles van waarde is weerloos,” zegt Scherjon, verwijzend naar de bekende dichtregel van Lucebert. “Alles wat heel waardevol is, is heel snel kapot te maken.”

Dat ziet hij terug in oorlogen, natuurrampen, overstromingen en andere crises. Een samenleving kan in korte tijd zwaar worden ontwricht. De vraag is daarom niet alleen hoe we een crisis voorkomen of de eerste klap opvangen. De echte vraag is: hoe komen we daarna weer overeind?

 

Van noodpakket naar mentale en sociale veerkracht

Volgens Scherjon is er de afgelopen jaren veel bereikt. Nederlanders zijn zich veel bewuster geworden van mogelijke crises. Hij zag dat onlangs nog toen hij een lezing gaf aan 450 studenten.  “Als je vraagt of hun vader en moeder een noodpakket hebben, steekt bijna iedereen zijn hand op. En als je vraagt wat erin zit, kunnen ze dat ook heel goed benoemen: water, eten, een radio, EHBO.” De bewustwording is volgens hem dus behoorlijk geslaagd.  Maar daarmee zijn we er niet.  Waar het aan ontbreekt is: en wat doe je dan?  Want een noodpakket helpt wanneer de stroom uitvalt. Maar wat als een crisis dagen, weken of maanden duurt? Wat als een wijk zwaar wordt getroffen en professionele hulp niet meteen beschikbaar is? Of als mensen keer op keer een klap krijgen?  Het meest belangrijke deel van resilience is hoe je dan weer herstelt. Hoe je er weer bovenop komt.  Dat is volgens Scherjon niet alleen een organisatorisch of technisch vraagstuk. Het is ook een mentaal en sociaal vraagstuk.

 

Weerbaarheid is meer dan organiseren

Daar ligt volgens Scherjon een belangrijke uitdaging voor het huidige weerbaarheidsbeleid. Nederland is sterk in organiseren, plannen en professionaliseren. Er worden structuren ingericht, beleidsnota’s geschreven en noodsteunpunten voorbereid.

Maar daarmee ontstaat het risico dat we weerbaarheid te veel als een technische opgave benaderen. “We zijn met dat hele weerbaarheidsverhaal terechtgekomen in een bijna heel erg klinische benadering van: hoe organiseren we het?

Terwijl weerbaarheid volgens hem uiteindelijk gaat over mensen.  Weerbaarheid begint niet alleen bij de veiligheidsregio, het ministerie of de crisisorganisatie. Ze begint ook in buurten, verenigingen, lokale netwerken en bij mensen die elkaar kennen en iets voor elkaar willen betekenen.  “Praat met je straat en niet alleen met je collega’s, maar ga naar buiten.” Vanuit die overtuiging kijkt hij ook met trots naar een pilot van Sociaal Werk Nederland en een aantal ondernemingen om buurthuizen te versterken. Want sterke buurthuizen dragen bij aan sterke wijken en aan de verbinding tussen mensen. “Buren die naar elkaar omkijken is nodig om na een grote klap op te krabbelen en verder te gaan.

 

Niet alles professionaliseren

Scherjon ziet nog een tweede ontwikkeling die volgens hem kritisch bekeken moet worden: de neiging om steeds meer verantwoordelijkheden te professionaliseren.

Terwijl juist tijdens crises blijkt dat burgers vaak veel zelf kunnen organiseren.

Tijdens de coronacrisis bijvoorbeeld bleek de samenleving volgens Scherjon veel flexibeler dan vooraf gedacht. Ook tijdens de overstromingen in Maastricht waren burgers al bezig de gevolgen op te vangen voordat professionele hulpverleners arriveerden.  Dat vermogen moeten we volgens hem niet onderschatten. Integendeel: het zou een veel belangrijker onderdeel van onze weerbaarheidsstrategie moeten worden.

Hij geeft het voorbeeld van vrijwilligers bij de brandweer. Vrijwilligers worden soms gezien als aanvulling op de professionele organisatie. Maar volgens Scherjon kan het ook andersom werken.  “Accepteer dat de vrijwilliger beter is dan jijzelf.”

Niet omdat professionals hun werk niet goed doen, maar omdat mensen die vrijwillig iets bijdragen vaak een enorme intrinsieke motivatie en specifieke kennis hebben.

Scherjon noemt het voorbeeld van zendamateurs. “Eigenlijk noemen we ze zendamateurs, maar eigenlijk zijn het zendprofessionals.” Ze beschikken vanuit hun hobby over kennis en vaardigheden die in een crisis bijzonder waardevol kunnen zijn maar voor een beroepsorganisatie vaak moeilijk en kostbaar is om op te bouwen en te onderhouden. De vraag voor de overheid zou daarom minder vaak moeten zijn: hoe sturen we dit aan? Maar eerder hoe maak je mogelijk dat anderen dit gaan doen?

 

Complexity can only destroy complexity

Daarmee raakt Scherjon aan een fundamenteel punt in zijn visie op maatschappelijke weerbaarheid. Een complexe samenleving laat zich niet volledig vangen in één centraal plan. “Complexity can only destroy complexity.”

Juist omdat risico’s steeds complexer en onderling verbonden worden, heb je volgens hem diversiteit, lokale netwerken en autonome groepen nodig. Niet alles hoeft vanuit één centraal punt georganiseerd te worden. Ook omdat je vooraf niet weet wat je aan kennis en spullen nodig hebt. Dat betekent ook iets voor de rol van de overheid.  De overheid zou veel meer geld moeten steken in het zorgen voor diversiteit die niet aan te sturen is.

Dat klinkt misschien paradoxaal. Maar juist door ruimte te geven aan lokale initiatieven, vrijwilligers, verenigingen en netwerken kan een samenleving sterker worden. De overheid hoeft niet overal de baas van te zijn. Ze kan vooral faciliteren wat al aanwezig is en helpen nieuwe verbindingen mogelijk te maken.

 

Van beton naar sociale veerkracht

Voor Scherjon betekent dit dat we opnieuw moeten kijken naar waar we in weerbaarheid in investeren.  Niet alleen in fysieke infrastructuur, noodsteunpunten en crisisorganisaties, maar ook in de sociale infrastructuur van Nederland.

Wij moeten niet meer investeren in beton en bunkers. We moeten investeren in hoe wijken functioneren.”  Daar zit volgens hem een belangrijke sleutel. Want de sociale textuur van Nederland is veranderd. Verenigingen zijn verdwenen of kleiner geworden, kerken spelen een andere rol en buurthuizen zijn op veel plaatsen minder vanzelfsprekend.  Juist die plekken kunnen in tijden van crisis van grote waarde zijn.

De uitdaging is daarom niet om de samenleving volledig crisisbestendig te maken. Dat kan niet. 

 

De drie boodschappen voor weerbaarheidsprofessionals

Wat zou Dick Scherjon willen dat deelnemers aan de masterclass meenemen?

1. Praat met je straat.  Ga niet alleen in gesprek met collega’s en professionals, maar zoek de mensen op voor wie je weerbaarheid organiseert en vraag wat ze nodig hebben.

2. Faciliteer de vrijwilliger.  Kies als uitgangspunt niet voor aansturen, maar voor het versterken van mensen die zelf verantwoordelijkheid willen nemen.

3. Accepteer dat centrale sturing onmogelijk is.

Je kunt een enorme variatie en variëteit, complexiteit, alleen maar aan met complexiteit. En wij als overheid willen dat allemaal makkelijk organiseren. Dat gaat niet lukken.”

Dat vraagt om een andere manier van kijken naar weerbaarheid gericht op het versterken van het vermogen van mensen en gemeenschappen om met onzekerheid, ontwrichting en herstel om te gaan.

Precies daar ligt de uitdaging voor de komende jaren: niet alleen zorgen dat Nederland voorbereid is op de crisis, maar zorgen dat Nederland na de klap overeind blijft.

Afbeeldingen

Cookie-instellingen