Kick-off Rijksfunctionarissenoverleg Noord-Brabant: bouwen aan een weerbare samenleving

16-03-2026
187 keer bekeken

Overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties willen bijdragen aan de weerbaarheid van Nederland. De vraag is niet langer óf we het moeten doen, maar hoe we het organiseren.

Tijdens het eerste Rijksfunctionarissenoverleg over weerbaarheid werd duidelijk: de bereidheid is groot, maar de volgende stap vraagt om samenwerking, keuzes en concrete actie.

 

Samen het gesprek voeren

Op 12 maart 2026 vond een Rijksfunctionarissenoverleg (Noord-Brabant) over weerbaarheid plaats. Tijdens deze kick-off kwamen vertegenwoordigers van rijksoverheid, provincies, gemeenten, vitale sectoren en het bedrijfsleven bijeen om de stand van zaken rond de Nederlandse weerbaarheidsopgave te bespreken.

Commissaris van de Koning Ina Adema opende de bijeenkomst met een duidelijke oproep: zoek elkaar vaker op voer het gesprek over weerbaarheid samen, in plaats van ieder afzonderlijk aan oplossingen te werken.

Het doel van het overleg is daarom niet alleen kennis delen, maar vooral kijken hoe partijen samen concrete stappen kunnen zetten. Alleen door samenwerking tussen overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties kan de weerbaarheidsopgave daadwerkelijk worden versterkt.

Tijdens het gesprek werd benadrukt dat samenwerking effectiever wordt wanneer er meer centrale regie komt op bepaalde vraagstukken. Burgemeester Potters van Helmond riep de rijksoverheid op om nadrukkelijker regie te nemen op het centraal organiseren van kwetsbaarheden en voorraden. Volgens hem is het belangrijk dat er beter overzicht komt over welke middelen en capaciteiten beschikbaar zijn en waar mogelijke tekorten zitten, zodat deze in crisissituaties sneller en effectiever kunnen worden ingezet.

 

Weerbaarheid staat op de agenda – maar we zijn er nog niet

Volgens Marco Zannoni (NCTV) en Arne van Hout (BZK) is het de afgelopen jaren gelukt om weerbaarheid nadrukkelijk op de agenda te krijgen. In verschillende sectoren ontstaan initiatieven en handreikingen, bijvoorbeeld voor supermarkten, ziekenhuizen en gemeenten.  Zo groeit langzaam een netwerk van organisaties dat actief met het onderwerp aan de slag gaat.

Tegelijkertijd is de conclusie duidelijk: ‘Nederland is nog geen volledig parate weerbare samenleving.’

De risico’s waar Nederland rekening mee moet houden zijn divers. Naast militaire en hybride dreigingen gaat het bijvoorbeeld ook om scenario’s zoals:

  • langdurige stroomuitval
  • uitval van internet
  • verstoringen in vitale ketens
  • pandemieën
  • sabotage of hybride aanvallen

De centrale vraag is daarom niet alleen hoe we reageren op crises, maar “hoe we ons als samenleving structureel voorbereiden op verstoringen.”

 

Van bewustwording naar actie

Volgens Zannoni vraagt de volgende fase om meer concrete stappen.

Allereerst moet het verhaal over weerbaarheid duidelijker en herkenbaarder worden, zodat meer organisaties en burgers zich aangesproken voelen om bij te dragen.

Daarnaast moet het gesprek vertaald worden naar concrete acties. Bijvoorbeeld door een aantal prioriteiten te kiezen waar dit jaar daadwerkelijk stappen in worden gezet.

Ook kan het helpen om duidelijkere normen en richtlijnen te ontwikkelen die organisaties houvast geven bij het versterken van hun weerbaarheid.

 

Democratie, bestuur en samenleving

Arne van Hout benadrukte dat weerbaarheid niet alleen een veiligheidsvraagstuk is, maar ook raakt aan democratie, bestuur en samenleving.

 

Weerbare democratie

In een noodsituatie kunnen twee risico’s ontstaan. Aan de ene kant kan twijfel ontstaan over de rol van de overheid: waarom mag de overheid bepalen wat burgers moeten doen?

Anderzijds kan de overheid in crisistijd geneigd zijn om democratische processen te sneller opzij te zetten om daadkrachtig te handelen.

Juist daarom is het volgens Van Hout belangrijk dat de democratische rechtsstaat ook in crisistijd overeind blijft.

 

Weerbaar bestuur

Weerbaarheid vraagt ook om sterke samenwerking tussen verschillende bestuurslagen. Nationale, provinciale en lokale overheden moeten elkaar weten te vinden en voorbereid zijn op praktische vraagstukken wanneer systemen onder druk komen te staan.

Tijdens het overleg gaven verschillende burgemeesters aan dat er behoefte is aan een duidelijker regionaal overzicht van kwetsbaarheden. Op dit moment werken ministeries, veiligheidsregio’s en gemeenten vaak parallel aan vraagstukken. Volgens hen is het belangrijk dat er een gezamenlijk beeld ontstaat van waar kwetsbaarheden liggen en wat in crisissituaties concreet van gemeenten wordt verwacht. Met andere woorden: er moet nog een “breinaald doorheen” om alle initiatieven met elkaar te verbinden.

 

Een veerkrachtige samenleving

Naast overheid en instituties speelt ook de samenleving zelf een belangrijke rol. Verenigingen, lokale netwerken en gemeenschappen vormen het fundament van maatschappelijke veerkracht.

De coronapandemie liet zien dat crises niet alleen technische of bestuurlijke vraagstukken zijn, maar ook maatschappelijke effecten hebben die vaak worden onderschat.

Tijdens het overleg werd in dat kader ook gewezen op het belang van investeringen in het sociaal domein. Een directeur uit het sociaal domein benadrukte dat investeren in onder andere jeugdzorg, WMO en maatschappelijke ondersteuning bijdraagt aan een sterker sociaal weefsel in de samenleving. Juist sterke sociale netwerken en ondersteuningsstructuren zorgen ervoor dat mensen elkaar weten te vinden en ondersteunen wanneer een crisis zich voordoet.

 

Economische weerbaarheid en vitale ketens

Ook de economische dimensie van weerbaarheid kwam uitgebreid aan bod. Volgens het ministerie van Economische Zaken is het belangrijk om beter zicht te krijgen op de afhankelijkheden in economische ketens. Bedrijven die indirect een vitale rol spelen, worden in crisisscenario’s soms over het hoofd gezien.

Een voorbeeld dat werd genoemd: ziekenhuizen zijn een vitale sector, maar ook bedrijven die bijvoorbeeld ziekenhuislinnen wassen zijn essentieel voor het functioneren van de zorg.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat benadrukte daarbij dat de voorbereiding op crises voor bedrijven anders is dan voor burgers. Waar burgers worden gestimuleerd om voorbereid te zijn op 72 uur zelfredzaamheid, ligt de uitdaging voor bedrijven juist in het vermogen om 72 uur door te draaien alsof het een normale werkdag is. Die continuïteit is essentieel om vitale processen en ketens draaiende te houden.

Om bedrijven beter voor te bereiden zijn verschillende initiatieven gestart, zoals:

  • maakjebedrijfweerbaar.nl
  • denkvooruit.nl/bedrijven
  • samenwerkingen met VNO-NCW en MKB-Nederland

Een belangrijke boodschap richting bedrijven: ontmoet elkaar voordat je elkaar nodig hebt.

 

Regionale netwerken als kracht

Tijdens het overleg werd duidelijk dat veel sectoren al beschikken over sterke regionale netwerken die kunnen bijdragen aan weerbaarheid.

De land- en tuinbouwsector wees bijvoorbeeld op het uitgebreide netwerk van boeren en tuinders. Veel agrarische bedrijven beschikken over noodvoorzieningen, zoals aggregaten, en zouden lokaal een rol kunnen spelen bij verstoringen.

Ook havens en logistieke knooppunten kijken naar hun rol. In de Port of Moerdijk, waar ongeveer 400 bedrijven actief zijn, wordt momenteel onderzocht hoe weerbaar bedrijven zijn en hoe zij kunnen bijdragen bij crises.

Daarbij geldt een belangrijk uitgangspunt: ketens zijn zo sterk als hun zwakste schakel.

Daarnaast werd benadrukt dat economische netwerken op regionaal niveau beter benut kunnen worden. In Brabant bestaat bijvoorbeeld een fijnmazige samenwerking tussen gemeenten, bedrijven en de provincie op economisch gebied. Verschillende deelnemers riepen op om ook wethouders economie nadrukkelijker te betrekken bij de weerbaarheidsopgave. Zij beschikken over directe lijnen met het bedrijfsleven en kunnen een belangrijke rol spelen bij het mobiliseren van regionale economische netwerken.

 

 

Vertrouwen en desinformatie

Een ander belangrijk onderwerp was desinformatie. In crisissituaties kan desinformatie het vertrouwen in overheid en instituties ondermijnen.

Lokale bestuurders spelen hierbij een belangrijke rol. Burgemeesters behoren vaak tot de publieke figuren die het meeste vertrouwen genieten binnen verschillende groepen in de samenleving.

Ook andere lokale vertrouwensfiguren, zoals huisartsen, kunnen helpen bij het verspreiden van betrouwbare informatie.

 

De kernvraag: hoe organiseren we het samen?

In de afsluitende reflectie werd een belangrijke observatie gedeeld: de bereidheid om samen te werken aan weerbaarheid is groot.

Veel organisaties hebben ideeën, initiatieven en handelingsperspectieven.  

De echte uitdaging ligt echter in de volgende vraag: “Zijn we in staat om samen het ‘hoe’ te organiseren?”

Weerbaarheid vraagt om een andere manier van denken. Waar onze economie lange tijd sterk gericht was op efficiëntie en just-in-time systemen, vraagt een weerbare samenleving soms juist om buffers, redundantie en samenwerking.

Daarnaast vraagt weerbaarheid om samenwerking op twee niveaus:

  1. whole-of-governance: samenwerking tussen alle lagen van overheid
  2. whole-of-society: betrokkenheid van de hele samenleving

Nederland moet daarom niet alleen investeren in crisisrespons, maar vooral in “adaptiviteit”: het vermogen van systemen en samenleving om zich aan te passen wanneer verstoringen optreden.

 

De volgende stap

Dit Rijksfunctionarissenoverleg in Noord-Brabant markeert een belangrijk beginpunt. De komende periode zal moeten blijken hoe de verschillende initiatieven, sectoren en bestuurslagen beter met elkaar verbonden kunnen worden.

Want uiteindelijk ontstaat weerbaarheid niet alleen uit plannen of structuren.  Een weerbare samenleving ontstaat wanneer overheid, bedrijven en burgers elkaar weten te vinden – voordat een crisis zich voordoet

Afbeeldingen

Cookie-instellingen